Bert voelt zich even als een ridder die op het slagveld ten strijde trekt. Met zijn paraplu als een ontzagwekkend zwaard boven zijn hoofd geheven, voert hij in de gietende regen zijn eenmansleger aan over de gladde tramsporen die de oversteekplaats doorklieven. De koplampen van de ongeduldig wachtende auto’s ontmaskeren zijn vluchtige, mysterieuze schaduw die even snel als hij vooruit beent.
Hij loopt zijn kantoor voorbij en vangt een glimp op van zijn baas, die zoals elke ochtend zijn borstelige snor bevochtigt met een sterke kop koffie en denkt onopgemerkt door de lamellen naar nietsvermoedende passanten te kunnen turen. Bert is al aan het venster voorbij wanneer hij zich inbeeldt hoe de slaperige ogen van zijn chef verwonderd openschieten door de aanblik van zijn werknemer die met vastberadenheid de elementen trotseert. Hij hoopt dat zijn baas niet ziet hoe hij in zijn mijmeren per ongeluk in een diepe plas water stapt.
Hij vervolgt zijn weg voorbij de toegangspoort van de lokale dierentuin, al is zelfs de noemer ‘kinderboerderij’ nog een te groot compliment voor dit in verval verzande parkje waar een kribbige kaketoe de grootste trekpleister is, meteen opgevolgd door het meest passieve paard dat hij ooit heeft gezien. Zijn frustratie groeit alleen maar door de hondendrol die stiekem op zijn nog droge schoen heeft liggen wachten.
Hij nadert een halfslachtig met waarschuwingsborden afgezette werkplaats voor rioleringswerken. Terwijl een schreeuwerig gele waarschuwingshelm op het ritme van geklop in het vers gegraven gat op en neer beweegt, schrijdt Bert soepel de weg op en om de kleine werf heen. Minder soepel is zijn paraplu, die bij dit manoeuvre aan een lantaarnpaal blijft haken en zijn scherm onverbiddelijk ziet scheuren.
Onder de onophoudelijke regendouche die november 1991 blijkt te zijn, bereikt hij zijn bestemming. Hij haalt een gele postkaart uit zijn borstzak en steekt die afgemeten in de gleuf van de rode postbus die voor hem staat. Het enige wat hem nu rest is hoopvol wachten tot volgende week, heel misschien, zijn naam op de radio wordt genoemd als winnaar van twee felbegeerde voetbaltickets. Maar eerst nog een kilometer terug lopen, doorweekt en besmeurd, om aan zijn dag te beginnen.


